Skip to content

Babygebaren als brug

Het mag algemeen bekend zijn dat Friezen erg trots zijn op hun provincie; met name op de taal, de Elfstedentocht en onze tradities. Ik ben er zo één van. Soms moet je voor de liefde wat opofferen en dat was voor mij het verhuizen naar het ‘buitenland’ en alle grappen en opmerkingen over mijn afkomst incasseren. Het maakt voor mij niet uit hoeveel ik moet incasseren, een Fries blijf je altijd in hart en nieren. In de hal van ons nieuwe huis pronkt niet voor niks een mooie poster ‘kinst in famke wol út de Wâlden helje, mar de Wâlden net út it famke’. Het is dan ook niet heel raar dat ik onze zoon deze mooie taal wil bijbrengen.

Het Fries wordt hem met de paplepel ingegoten

Mem is relatief veel thuis en Bart brengt veel tijd bij beppe door. Het Fries wordt hem met de paplepel ingegoten. Maar het Nederlands, tja dat komt wat minder aan bod. Voor een peuter van zijn leeftijd verbaast het mij nog steeds dat hij zo goed verstaanbaar kan kletsen… verstaanbaar voor mij en zijn Friese familie, maar ook voor de Groningse kant van de familie. Bart kan namelijk al vrij goed schakelen tussen het Fries en Nederlands. Weet hij van de ene taal een woord niet? Dan gebruikt hij gewoon het woord uit de andere taal.

Meertalig opvoeden is niet nadelig

Er wordt nogal eens onterecht gezegd dat meertalig opvoeden nadelig is; dat de taalontwikkeling erdoor kan achterblijven. Meertaligheid heeft voor kinderen juist voordelen: het vergemakkelijkt het om nóg een extra taal te leren, wat later op school ook wordt verwacht (Engels, Duits, Frans). Waar ik vroeger zelf op de basisschool Engels kreeg aangeboden in groep 7, tegenwoordig komt het steeds meer voor dat Engels al in de onderbouw wordt onderwezen.

Het blijkt dat meertalige kinderen beter en sneller verbanden leren leggen, waardoor ze een voorsprong kunnen hebben op lezen en rekenen. Ook lijken ze een beter concentratievermogen te hebben, omdat ze al vroeg hebben geleerd zich op twee verschillende dingen te moeten focussen.

Bart en ik zijn vanaf dat hij rond de zes maanden oud was, gaan communiceren met babygebaren. Het toepassen van babygebaren is een onderdeel van ondersteunend gebaren. Het belangrijkste is de gesproken taal (bij mij wisselend Fries en Nederlands, afhankelijk van onze omgeving), waarbij ik met gebaren toelichting geef.

Baby’s en gebaren

Baby’s hebben een dominante rechter hersenhelft, waardoor zij in beelden denken. Pas wanneer kinderen rond de 3-4 jaar oud zijn, wordt de linker hersenhelft veel meer ontwikkeld.

Daarnaast ontwikkelt de grove motoriek (gebaren) sneller dan de fijne motoriek (spreken). Aangezien babygebaren een visuele taal is, zullen zij dit sneller oppakken dan de gesproken taal. Doordat je zowel de gesproken taal én gebaren aanbiedt, wordt ook de gesproken taal beter en sneller ontwikkeld. Je bent immers veel meer bewust bezig met het aanbieden van de taal.

Toen Bart zeven maanden oud was, gebaarde hij voor het eerst terug. Hoe dat eruit ziet, zie je in het filmpje van het Dagblad van het Noorden over Taal voor Taal, bij wie wij onze cursus hebben gevolgd. Op dat moment was er duidelijk tweerichtingsverkeer tussen onze communicatie. Ook zijn gesproken taal ontwikkelde erg snel, waarbij het Fries duidelijk de voorkeur had. De afgelopen maanden begint het Nederlands ook veel naar de voorgrond te komen. Maar uiteindelijk ,als het écht nodig is, is Bart heel goed in staat om van het Fries naar het Nederlands te schakelen en andersom. De gebaren? Die gebruikt hij nu nooit meer, want hij wordt wel begrepen in de gesproken taal.

Mijn overtuiging

Ik ben ervan overtuigd dat het gebruiken van de babygebaren ook heeft bijgedragen aan het kunnen schakelen tussen de twee talen. Maar hoe werkt dat dan?

Wanneer je gebaren gebruikt ter ondersteuning van de gesproken taal, fungeren de gebaren als een stabiele factor tussen twee talen. Doordat ik zelf ,afhankelijk van de omgeving, beide talen ondersteunde met de gebaren, leerde Bart dat ‘hond’ of ‘hûn’ hetzelfde is, doordat hij het gebaar voor hond zag en het gesproken woord hoorde in verschillende talen.

Dat dit heeft gewerkt blijkt uit ons gesprek van vanmorgen, toen we aan het wandelen waren en we een loslopende hond op straat tegenkwamen.

Bart: ‘Kijk memmie, een grote hond bij de auto daar!’

Ik: ‘Sa, dat is een grutte hûn, moai by mem bliuwe’

Bart: ‘Ik bin net bang foar de hûn memmie’

 

AfinaDeze blog is geschreven door Afina. Afina is 30 jaar oud en moeder van Bart (2 jaar oud). Ze werkt als verpleegkundige op de kraamafdeling van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zij beheert sinds januari Geborentaal. Geborentaal is een platform voor (aanstaande) ouders omtrent het communiceren met je kind, zodat je elkaar beter leert begrijpen.

Bij Geborentaal kun je terecht met vragen over Dunstan babytaal, baby- en kindergebaren. Het is de bedoeling om in de toekomst hiervoor ook workshops aan te bieden. Daarnaast is er maandelijks een blog over onderwerpen, die eigenlijk erg onderbelicht worden door de geboortezorgprofessionals.

www.geborentaal.com

Laat een reactie achter





Scroll To Top